Wanneer moet reintegratie 2e spoor ingezet worden?

Het UWV heeft aan de werkgever een loonsanctie opgelegd waarmee de loondoorbetaling met (uiterlijk) 52 weken wordt verlengd. Deze loonsanctie is opgelegd omdat de werkgever binnen een redelijke termijn (zes weken) een reintegratie spoor 2 traject had moeten starten, nadat duidelijk was geworden dat terugkeer van de werknemer in het eigen werk niet mogelijk was.

De werkgever had echter alleen een arbeidsdeskundige ingeschakeld om de mogelijkheden binnen het eigen bedrijf in kaart te brengen. Dit wordt door het UWV niet gezien als start van een traject reintegratie 2e spoor. De werkgever heeft zonder succes bezwaar gemaakt tegen dit succes bij het UWV, waarna deze beroep heeft ingesteld bij de Sector bestuursrecht van de Rechtbank.

 

Wanneer wordt reintegratie 2e spoor toegepast?

In dit geval oordeelt de rechtbank dat de handelwijze van het UWV niet juist is geweest. Bepalend voor het moment van het inzetten van reintegratie 2e spoor is niet alleen het moment dat duidelijk is dat terugkeer naar het eigen werk niet meer mogelijk is. Ook moet zijn onderzocht welke andere mogelijkheden er binnen het eigen bedrijf zijn. Hiervoor moet de werkgever de mogelijkheden hebben laten onderzoeken door een arbeidsdeskundige. Wanneer uit dit onderzoek blijkt dat de werknemer zijn eigen functie niet meer kan verrichten, ook niet met aanpassingen of andere werkzaamheden (met aanpassingen), kan de werkgever pas de reintegratie 2e spoor in zetten. Het opleggen van de loonsanctie door het UWV was dus onterecht.

Uit een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep blijkt ook dat een werkgever doortastend moet handelen bij het beoordelen van reintegratiemogelijkheden binnen zijn bedrijf. Doet hij dit niet, dan kan de werkgever alsnog worden verweten dat een traject reintegratie 2e spoor niet tijdig is gestart. Het gaat er uiteindelijk om dat een werkgever een arbeidsongeschikte werknemer moet helpen te reintegreren. Het liefst intern. En als dat niet lukt, dan extern.

 

Reintegratie 2e spoor en beëindiging dienstverband

De werknemer is door herhaaldelijk uitvallen door ziekte uitgevallen uiteindelijk ongeschikt verklaard voor de afgesproken arbeid. De werknemer en de werkgever hebben tijdens de reintegratie gehele of gedeeltelijke werkhervatting bij een andere werkgever als doel gehad. Dit is gelukt en een arbeidsovereenkomst met de nieuwe werkgever is opgesteld.

Op de tweede werkdag bij de nieuwe werkgever vraagt de oude werkgever de werknemer zijn ontslag te ondertekenen. De werknemer geeft aan dit verzoek gehoor maar een week later wordt de arbeidsovereenkomst met de nieuwe werkgever (in de proeftijd) ook beëindigd. Een vooropgezet plan tussen de oude en de nieuwe werkgever wordt door de werknemer vermoed.

In deze situatie staat de werknemer in zijn recht omdat de voormalig werkgever verplicht was hem te begeleiden in het traject reintegratie 2e spoor naar een externe passende functie. Een werknemer heeft in de eerste twee jaren van arbeidsongeschiktheid ontslagbescherming en dus mag een werkgever zich niet op de schriftelijke ontslagverklaring mogen beroepen. Deze periode was namelijk nog niet geëindigd op het moment dat de werknemer extern was gaan werken. De kantonrechter zal in dit geval aangeven dat de voormalige werkgever had moeten afwachten of de reintegratie 2e spoor succesvol en structureel was, voordat de arbeidsrelatie kon worden beëindigd. De voormalige werkgever had er dan ook niet op mogen vertrouwen dat de werknemer, in verband met zijn externe nieuwe functie na de reintegratie 2e spoor, akkoord zou gaan met het per direct beëindigen van de arbeidscontract.

De werkgever had de werknemer tijdens het traject reintegratie 2e spoor volledig op de hoogte moeten brengen van de juridische gevolgen van het beëindigen van het contract als zou blijken dat de externe re-integratie niet zou lukken. Nergens is uit gebleken dat de voormalig werkgever dit heeft gedaan waardoor de kantonrechter kan concluderen dat de voormalige werkgever geen goede bedoelingen had met de reintegratie 2e spoor. Het vooropgezette ontslagverzoek kan dus niet worden gezien als een gewilde ontslagname van de werknemer. De werkgever zal in dit geval dan ook het loon van de werknemer moeten doorbetalen.

 

Loonsanctie

Een werkgever krijgt een loonsanctie opgelegd wanneer reintegratie 2e spoor niet voortvarend genoeg is opgepakt. Wanneer een werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen verricht, wordt na de periode van verplichte loondoorbetaling door het UWV een loonsanctie opgelegd. De werkgever vindt in dit geval dat de loonsanctie zou moeten worden verkort.

De situatie was dat de werkgever had gewacht met het inschakelen van een re-integratiebureau voor reintegratie 2e spoor tot februari 2020, terwijl de loonsanctie in oktober 2019 door het UWV was opgelegd. Concrete re-integratieactitiveiten werden pas in april/mei 2020 in gang gezet. Het UWV heeft volgens de Centrale Raad van Beroep gelijk in het stellen dat de werkgever hiermee onvoldoende voortvarend is opgetreden en tekort is geschoten bij het herstellen van de re-integratie. Het UWV heeft dan ook terecht geweigerd de loonsanctie te bekorten.

Een belangrijke overweging in deze uitspraak van de Centrale Raad van Beroep is dat een werkgever ook aan zijn re-integratie-inspanningen kan houden ten aanzien van het traject reintegratie 2e spoor als de werknemer het werk nog niet gedeeltelijk heeft kunnen hervatten binnen het eigen bedrijf en wanneer er ook geen uitzicht is op dat dit snel zal gebeuren. Uit deze uitspraak volgt dan ook dat een werkgever kan worden verweten niet te hebben voldaan aan zijn re-integratie-inspanningen, als hij de reintegratie 2e spoor niet heeft gestart, omdat hij dacht dat de re-integratie binnen het eigen bedrijf wel mogelijk was maar met de uitvoering daarvan niet voortvarend te werk is gegaan.

Comments are closed.

BEL DIRECT